 |

Plaats: De Koningshof te Maassluis
Tijd: vijf avonden, 16.30 - 20.30 uur
| Dr. Ben van Cranenburgh |
hoofddocent/neurowetenschapper, ITON |
BvC |
|

Programma
|
Weer thuis, toch problemen
Welke stoornissen spelen de patiënt op de lange duur parten?
Na ontslag uit het revalidatiecentrum of verpleeghuis komt de patiënt weer thuis. Ondanks de “ADL-zelfstandigheid” kunnen echter allerlei problemen ontstaan op basis van stoornissen die tijdens de revalidatieperiode minder duidelijk waren, bijvoorbeeld “executive” stoornissen, initiatiefloosheid, veranderde persoonlijkheid.
|
|
| |
|
Het lerende brein
Van therapeutisch nihilisme tot voorzichtig optimisme.
Tegenwoordig is het brein plastisch. Met de huidige technieken kan deze plasticiteit op alle niveaus van het zenuwstelsel worden aangetoond: van moleculen tot gedrag, perifeer en centraal, in ieder functioneel systeem. Er is geen reden meer voor therapeutisch nihilisme. Nieuwe inzichten in de neurorevalidatie rechtvaardigen een positief denkklimaat en bieden onvermoede mogelijkheden.
Leren is mogelijk zolang er levende neuronen en synapsen bestaan. Het “niet-leerbare” brein bestaat niet. Er zijn verschillende vormen van leren en geheugen. Bij de neurorevalidatie is het van groot belang te bepalen welke vormen van leren intact en welke gestoord zijn. Hiervan kan dan gericht gebruik gemaakt worden.
|
|
| |
|
Het therapeutische repertoire: van spiegel tot forced use.
Aanbevelingen voor de eerste lijn.
Soms wordt de indruk gewekt dat er één superieure revalidatie methode bestaat voor de patiënt met hersenbeschadiging. Niets is minder waar. De grote variëteit aan stoornissen en problemen rechtvaardigt een breed therapeutisch repertoire: een standaardmethode is een fictie. De vraag is niet of er een methode bestaat, maar welke aanpak we kiezen bij welke patiënt en waarom.
|
|
| |
|
Stoornisgerichte therapie
Een aanpak via de wortel van het kwaad.
Soms, maar niet altijd, kan een probleem worden teruggevoerd op een bepaalde stoornis.
Dan is een stoornisgerichte therapie natuurlijk zinvol. Grofweg kunnen er vier benaderingen onderscheiden worden:
-
Elementaire functietraining (neurale reorganisatie),
-
Stimulatie (neurale reactivatie)
-
Compensatie (functionele reorganisatie)
-
Omgevingsaanpassing
De vraag is wanneer we wat doen en waarom.
|
|
| |
|
De patiënt is meer dan zijn stoornis: over individueel toegesneden behandeling.
Uitgewerkte voorbeelden.
Bij het ontwerpen van een neurorevalidatieprogramma spelen individuele persoonsgebonden factoren een belangrijke rol: wat wil de patiënt zelf bereiken? Wat zijn zwakke en sterke punten? In wat voor sociale context gaat de patiënt functioneren? Een zelfde stoornis zal bij verschillende patiënten verschillend moeten worden aangepakt. Neurorevalidatie is meer dan de behandeling van een klinisch beeld.
|
|
|
De cursusstof is te vinden in het boekje "Leven na hersenbeschadiging" (B. van Cranenburgh, 2011) dat op de eerste dag aan de deelnemers wordt uitgereikt. Uitgebreide informatie is te vinden in het boek „Neurorevalidatie, uitgangspunten voor therapie en training na hersenbeschadiging“ (B. van Cranenburgh, Elsevier Gezondheidszorg, 2e druk, 2009).
Een maaltijd wordt verstrekt (rond 19.00 uur).
|